E. Musquetier

Op 23 september 1880 werd de Haagse jongen Marius Boogaardt ontvoerd. De ontvoerder schreef een brief aan de vader van Marius en eiste een losgeld van maar liefst fl. 75.000,-. Deze brief werd door verschillende kranten gepubliceerd. Wat bij de schrijver Jac. van den Bergh aan deze brief opviel was dat in de plaatsnaam ‘s-Gravenhage het koppelteken ontbrak. Voor die tijd een zeer ongebruikelijke schrijfwijze. Emile August Musquetier kwam met deze Jac. van den Bergh in contact en liet hem brieven zien van zijn oud vriend W.M. de Jongh. Ook deze W.M. de Jongh gebruikte een koppelteken bij deze plaatsnaam. Hierop werd W.M. de Jongh gearresteerd en uiteindelijk (ten onrechte) veroordeeld. De werkelijke dader van deze ontvoering die leidde tot de dood van Marius was de zwager van W.M. de Jongh: Gerrit Kets.

In oktober van het jaar 1880 was de samenleving dusdanig onder de indruk van het werk van Musquetier dat de Goudse pijpenmaker Barend Wagenaar op het idee kwam om een zogenaamde ‘Musquetierpijp’ te produceren. Wagenaar vroeg hierbij toestemming aan het borstbeeld van Musquetier op zijn tabakspijp te mogen gebruiken. Op de andere zijde van de ketel werd de tekst E. MUSQUETIER boven het jaartal 1880 aangebracht. De steel van deze tabakspijp draagt de tekst ADELT DEUGD. Een verwijzing naar de Orde van de Nederlandse leeuw welke werd uitgereikt aan iemand die een uitzonderlijke verdienste voor de samenleving had geleverd. Deze pijp die door Barend Wagenaar rond het eind van het jaar 1880-1881 is geproduceerd staat hieronder afgebeeld. 

Uniek was Barend Wagenaar met deze Musquetierpijp niet. Ook Arie Pietersz van der Kleijn had een Musquetierpijp in zijn assortiment. Dit product van Van der Kleijn onderscheidt zich onder andere van het product van Wagenaar door de tekst op de ketel: “EERE AAN MUSQUETIER” en “23 SEPTEMBER 1880”.

E. Musquetier

Laatste update 5 september 2017

Advertisements